zaterdag 17 juli 2010

Overzicht van de oefeningen

Hieronder volgt een overzicht van de oefeningen, hoe die moeten worden uitgevoerd en wat hond en voorjager zeker wel en zeker niet moeten doen. Steeds is de oefening pas afgelopen als de leiband wordt omgedaan.

1. Afleggen

In België is de voorjager in zicht, in Nederland buiten zicht. Hond blijft 1 minuut (in de lessen 2 minuten liggen). Leidband is af en wordt meegenomen door de voorjager. Hond mag geen meters winnen, niet van houding veranderen (niet van zit naar lig of omgekeerd, even verleggen mag wel). Bij ophalen, blijft hond in de houding tot commando (voet) wordt gegeven.

2. De volg (de 8)

Er wordt vertrokken bij het middelste paaltje, waarbij de hond op weg naar daar nog onder appèl mag worden gezet. Bij voorkeur eerst de binnenbocht, dan de buitenbocht. Eerste maal aangelijnd, daarna (terug bij middelste paal) wordt de leiband naast de paal (!) neergelegd, waarna de losse volg wordt gedaan. De hond mag niet merkelijk van het traject afwijken, maar mag in dat geval wel éénmaal terug worden bijgeroepen.

3. Vrij sturen

In België: eender welke richting (behalve achter de voorjager)
In Nederland: recht vooruit

De hond moet ongeveer 30 meter van de voorjager weglopen. Het commando om terug te roepen kan zijn:

1. Naam hond + "kom voor"
2. Naam hond + fluitsignaal
3. Fluitsignaal
4. Naam hond + "kom voor" + fluitsignaal

Maar enkel als al deze commando's direct op elkaar volgen. Een pauze ertussen (vb. Naam hond + "kom voor" ... + fluitsignaal) wordt beschouwd als twee afzonderlijke commando's en wordt bestraft met aftrekken van punten.

4. Markeerapport

Wild wordt opgegooid op een afstand van ongeveer 30 meter, werper is buiten zicht, schutter is in zicht. De hond moet min of meer rechtstreeks op het wild toelopen, moet het wild in één keer vastgrijpen (hoewel neerleggen om beter te grijpen wordt genuanceerd bij puntenaftrek), en voor brengen. Voor het werpen geeft de voorjager een teken aan de werper dat de hond klaar is (hond zit afgelijnd aan de voet met de kop in de richting van de werper of waar het stuk ongeveer gaat vallen). De hond mag vertrekken als de voorjager van de keurmeester een schoudertik gekregen heeft. Het commando is "Naam hond + apport". Inspringen voor het werpen is 0, na het werpen maar voor het commando is aftrek van punten. Kan de hond het wild niet onmiddellijk vinden, krijgt hij geen punten en moet hij worden teruggeroepen (vinden door zoeken en terugbrengen telt niet). Het commando "vast" wanneer de hond bij het wild is mag niet gegeven worden. Heeft de hond het wild vast, mag wel het commando "kom voor" gegeven worden, maar best niet als het niet nodig is. Is de hond bij de voorjager, mag ook het commando "zit voor" gegeven worden, moet het wild worden aangenomen (niet voor de voeten van de voorjager laten vallen!), moet de voorjager het naast zich neerleggen, de leiband nemen (ligt naast de voorjager) en de hond omlijnen.

5. Kort apport

Hond moet geslipt worden! (leiband voor de borst van de hond los vasthouden, loslaten wanneer de hond mag vertrekken, op commando). Verder zelfde systeem van commando's als bij markeerapport: "apport", géén "vast", "kom voor/zit voor".

6. Apport uit water

Het stuk wordt in het water gegooid, hond wacht op commando afgelijnd aan de voet. Verder zelfde systeem als kort apport. De hond mag niet schudden voor het wild is afgegeven.

7. Apport over water

De hond zit afgelijnd aan de oever van het water, leiband ligt naast de voorjager. Aan de overkant geeft de instructeur het signaal dat het wild neerligt. Hond krijgt commando "over" en steekt het water in ongeveer een rechte lijn over, naar de overliggende oever waar het wild ligt. Eens uit het water krijgt de hond het commando "zoek apport" indien nodig. De hond mag zich schudden voor hij het wild gaat zoeken. Heeft hij het wild vast, mag het commando "kom voor" gegeven worden. Terug aangekomen aan de oever, klimt de hond uit het water (eventueel met commando "zit voor"), geeft hij zonder schudden het wild af, en wordt hij terug aangelijnd. Daarna mag hij schudden.

8. Verloren apport

De hond zit afgelijnd aan de voet, leiband naast de voorjager op de grond. De instructeur geeft een teken dat het wild ligt. De hond krijgt het commando "zoek apport", en vertrekt. Heeft hij het wild gevonden, mag het commando "kom voor" gegeven worden. De hond geeft het wild af ("zit voor"), de voorjager legt het naast zich neer en lijnt de hond terug aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten